zaterdag 8 april 2017

Le Dramont.

We maken een fietstocht. Via de supermarkt in Boulouris rijden we naar de weg die van Saint Raphael naar Agay voert. We passeren enkele calanques, dat zijn inhammen waar men heerlijk beschut kan zwemmen en zonnebaden.


Op de foto een van die calanques bij Boulouris.. We rijden verder en we zijn nieuwsgierig wat er links van de doorgaande weg te zien is. Er staat ook een bord met een pijl naar een camping. Even kijken. De camping lijkt ons niets, we zijn ook niet van plan om Agay-Soleil in te ruilen. wel zie ik het oude station van Boulouris. Even fotograferen natuurlijk.

Het oude station van Boulouris. Daarna fietsen we naast de spoorlijn verder en we komen bij twee mooie meertjes aan. Leuk om te zien, zomaar in het niets eigenlijk. We konden zien dat de meertjes voor recreatie gebruikt werden. Maar hoe komen hier nu twee meertjes??


Dit is dus een van die twee meertjes. Later komen we erachter waardoor dit ontstaan is. We steken de weg over en we komen bij het strand van Le Dramont. Eigenlijk is dit nog niet het strand van Le Dramont, het is de plage du Débarquement. Het is het stuk strand waar de geallieerden de invasie in de Provence begonnen. Het strand is bezaaid met blauwe stenen. Porfier, hoe komt dat nu weer hier. We bekijken even het strand en zien het Ile d'Or liggen. Links van ons steekt de heuvel van Le Dramont omhoog. Bovenop staat de Semaphoor. Er staat een gedenkteken ter herinnering aan de landing hier.

Op deze foto een amfibie vaartuig zoals die hier werden gebruikt bij de invasie.


                                                     Het mysterieuze Ile d'Or.

Le Dramont met op de top de semaphore.

Weer thuis blijf ik nadenken over de twee meertjes. Er waren nog wat dingentjes die me opvielen en bij bleven.
Dus aan de studie. De historie van Le Dramont en de twee meertjes. De meertjes waren eigenlijk steengroeves. Daar werd dat blauwe gesteente (Porfier) gewonnen. Het werd eigenlijk over de hele wereld verscheept. Dus werd er een spoorlijntje aangelegd om de stenen bij de zee en een klein haventje te brengen. De blauwe porfier stenen kom je op veel plekken in Frankrijk weer tegen. Ook verder in Europa werd er gretig gebruik gemaakt van het gesteente uit Le Dramont.


Overzicht van de plage du Débarquement bij Le Dramont. De blauwe stenen, Ile d'Or en de heuvel Le Dramont.

De stenen werden met een treintje naar de zee gebracht. Er werd een tunneltje gebouwd om onder de spoorlijn van Marseille naar Monaco door te rijden.


Het spoorlijntje liep naar beneden, waar een aanlegsteiger was gebouwd voor de schepen.


Met dit soort boten werd het gesteente over water verder getransporteerd.

De oude sokkel waar de steiger aangebouwd werd is nog te zien.

De geallieerden gebruikten dit stuk strand dus om te landen. Ze wisten dat er hier geen landmijnen lagen, omdat de Duitsers zelf deze stenen hier hadden gelegd. De Duitsers gebruikten het ook voor aanvoer van troepen en materieel.

De ruime parkeerplaats ten westen van Dramont achter het strand en van hier trokken de geallieerde troepen verder de Provence in. Bevrijding. Het is allemaal rond de 11e november gebeurd, want overal kom je straten en pleinen tegen met die datum als straatnaam.
Het raadsel van de meertjes is hierbij opgelost.









 

zondag 2 april 2017

Mensen.

Mensen op de camping.

Een camping is een sociaal gebeuren. Je leeft veel meer tussen en met de mede kampeerders. Het sociale gebeuren staat op een redelijk hoog peil. Geldt niet voor alle kampeerders, je hebt overal kaf onder het koren. Ik lees verhalen van mensen die bij hun tent blijven zitten en genieten van het zwoegen van andere mensen. Gelukkig is het merendeel wel sociaal.
Toen wij de eerste maal op camping Agay-Soleil kwamen, werden we naar de plek gebracht door Sylvie, mede directrice van deze camping. Ze wees de plek aan en gaf een advies hoe we de caravan het beste konden plaatsen. Hanni bleef bij plekje nummer 7 staan, terwijl ik de auto en caravan ophaalde. Toen ik daar weer arriveerde stond Hanni te praten met een kleine oudere Fransman. Het bleek Maurice te zijn. Later meer over deze man. Het is een kleine ruimte waar ik moet manoeuvreren met de bijna 12 meter lange combinatie. Maurice geeft aanwijzingen en roept "stop" als ik iets dreig te raken, een tak of iets anders. Het lukt niet om het spul helemaal goed te plaatsen op de kleine plek. Er zit niets anders op dan af te koppelen en handmatig de caravan in positie te zetten. Als ik de caravan los heb staan komen er meteen hulptroepen aan. Internationaal. Nederlander, Duitser en twee Fransen. Maurice geeft aanwijzingen, later verteld hij dat hij 85 jaar oud is en dus niet mee doet aan duwen en trekken. Met die hulp staat de caravan in een mum van tijd goed. Bedankt, merci bien en dankeschön.

Daar staan we dan. Plek nr 7, onder de bomen en op hemelsbreed 10 meter van het strand. Lopend is het ongeveer 30 meter.

Een jaar later komen we weer aan in Agay en we hebben hetzelfde plekje toegewezen gekregen. Maurice wacht ons al op, hij had bij de receptie gevraagd of wij ook weer kwamen. Het jaar vorige jaar was er heel snel een band ontstaan tussen Maurice en ons. Hij legde ons de eerste dag uit waar het lekkerste brood te vinden was. Hij vertelde waar de visboer zat en adviseerde ons een leuke wandeling langs het "sentier des douanes" het pad van de douaniers. Vroeger liepen hier veel douaniers rond omdat het een geliefde kust was voor smokkelaars om aan te leggen. Volgens Maurice waren de douaniers zelf ook niet te vertrouwen. Hij maakte het bekende gebaar van de hand in de broekzak.
Maar Maurice stond ons al op te wachten dus. Emotioneel weerzien. Ik steek de caravan weer zoveel mogelijk op de plek en de rest moet handmatig gebeuren. Er komt een Fransman aanrennen en er komt een Brits echtpaar aan lopen. "You need help?" nou graag. Zo hebben we weer hulp genoeg. De Britten staan naast ons en we worden min of meer vrienden deze vakantie. Ook het jaar daarna staan we weer samen op de camping met veel plezier en toch laten we elkaar vrij. Niet elke dag bij elkaar op de lip, zoals het vroeger in Vias was. Nu jaren later hebben we nog steeds contact.
We helpen met mooie routes uitzoeken en wandelen samen in de omgeving. Een afscheidsdiner in het restaurant als we weg gaan.
We komen weer aan en pal naast ons staat een rode Volkswagen camper met Zwitsers kenteken. Maurice stelt ons voor aan Pierre uit Zwitserland. Pierre heeft het niet makkelijk. Zijn vrouw is meervoudig gehandicapt. Na een auto ongeluk is ze zowel lichamelijk als geestelijk zwaar gehandicapt. Pierre heeft alle zorg voor haar op zich genomen en neemt haar dus zelfs mee op vakantie naar zuid Frankrijk. Pierre is en blijft een heel optimistische man en bovenal erg vriendelijk. Eenmaal per dag wil zijn vrouw graag even aan de zee kijken. Ze heeft een soort lig-rolstoel en daarmee gaat ze naar het strand. Vanaf de camping moet men met een trapje van drie treden naar het strand. We hebben afgesproken dat Pierre fluit als hij met haar op stap gaat. De hulp van de medekampeerders is enorm. Van alle kanten komen hulpkrachten aangesneld om te helpen. Met vereende krachten duwen we de grote lig-rolstoel naar de strandopgang. Dan tillen we met een paar sterke mannen de stoel op het strand. Er wordt ook gelachen natuurlijk. Maurice komt bij voorbeeld met peddels aan en beweert dat die stoel wel kan drijven. Als mevrouw weer terug wil naar de camper, horen Pierre doordringend fluiten. Er staan dan meer mensen klaar dan er een plekje aan de rol-ligstoel hebben. Hoezo sociaal. We hebben met Pierre ook een leuk contact.

Pierre (links) en Maurice bespreken de dagelijkse zaken op de camping. Maurice loopt vaak rond met een klein harkje. Hij ziet overal wel iets om zijn hulp aan te bieden.

Maurice komt weer even een praatje houden, niet lang, gewoon leuk. Maurice is dus 85 jaar oud als we hem leren kennen. Zijn vrouw is een jaar ouder. Hij rijdt in een mooie BMW Z3 met daar  achter een antieke caravan. Op de foto te zien achter hem. Hij komt al meer dan 35 jaar op de camping. Altijd dezelfde plek en altijd de hele maand september. Hij kwam al op de camping toen de ouders van de beide zusters de camping runden. Iedereen kent hem en hij is een groot deel van de dag aan het zwerven over de kleine camping en maakt praatjes bij al die kennissen die hij heeft leren kennen in de loop der jaren. Zijn slagzin is: petit camping, grande famille.

Het jaar dat we moesten overslaan, omdat Hanni ernstig ziek was, heeft Maurice in emotionele toestand ervaren. Ik had de camping bericht gestuurd dat we niet kwamen en ook de reden er van. Ook had ik gevraagd om het aan Maurice te vertellen en aan een ander Frans echtpaar. We kregen van dat echtpaar een nieuwjaarskaart met de wens dat we elkaar in September weer in goede gezondheid zouden ontmoeten. Toen we het volgend jaar weer terug kwamen was Maurice in tranen dat hij zijn vriendin Hanni weer zag. Iedereen had erg mee geleefd en we werden vorstelijk onthaald.
Zeer sociaal en geen verkeerd woord over de Fransen voor ons.

Woensdag markt in Agay. Een van onze buren keurt fruit voor ons.





vrijdag 31 maart 2017

Mensen.

Tijdens de jaren dat we samen op pad gaan, hebben we met heel veel verschillende mensen contact gehad. Een camping is een sociaal gebeuren. Je komt 's morgens je bed/tent/caravan uit en je ziet als eerste de buren. Verder kom je ze tegen bij het sanitair of bij een eventuele kampwinkel. Bij de lokale bakker of op het terrasje. Leuke mensen, minder leuke mensen. Er wordt vaak gezegd dat de Fransen niet erg sympathiek zijn. Onze stelling is, we kennen net zoveel nare Nederlanders of Duitsers of Belgen of Britten als Fransen. Wij hebben heel leuke contacten gehad en over gehouden met Fransen.
We stonden in Agay naast een Frans echtpaar. Heel vriendelijk, bij elke ontmoeting klonk het ; bonjour et ca va? Dus goedendag, hoe is het. Soms even een praatje. Ze vertrokken na drie dagen en er kwam een Nederlands echtpaar in hun plaats. We hebben een week lang geen fatsoenlijk woord gekregen. Wij wensten ze de eerste dag nog telkens een goed dag, daarna zijn wij ook gestopt.

Georges.

De eerste jaren reden we snel over de snelweg met een solo auto, geen aanhangers of caravans. Tent in de kofferbak, kleren op de achterbank en gaan. De afstand naar de camping in Vias werd in twee dagen afgelegd. Achteraf zeggen we dat het gekkenwerk was. Maar je bent nog jong en pas later komt het besef dat het veel leuker is om het anders te doen. Onze eerste overnachting was in het stadje Tournus.
Leuke stad aan de rivier de Saône. Er was een municipal camping. Heel simpel, maar ruim voldoende voor ons. De beheerder heette Georges Colas en was een super actieve en vriendelijke Fransman. Waar wij probeerden om Frans met hem te spreken, deed hij juist zijn best om enkele woorden Nederlands te praten. We hadden een klik met hem en het was leuk om jaarlijks op de heen- en terugweg een dagje bij hem te bivakkeren. 's Morgens stapte hij op een oude bakfiets en daar lagen verse croissants, baguettes ( stokbrood), melk en chocomel in. Hij maakte een rondje over de camping, ongeveer dertig plekjes, en verkocht zijn spulletjes.

De oude bakfiets,
Georges kwam een keer bij ons aan en we vroegen een baguette, melk en chocomel en vier croissants. Oh jee, de croissants waren al op. Hij keerde zijn bakfiets en sprong in zijn Citroën Mehari.We zagen hem langs de camping racen. Na ongeveer tien minuten kwam hij terug. Sprong weer op de bakfiets en peddelde naar ons toe met verse croissants, ze waren nog warm. Na de eerste keer sloop er een leuke gewoonte in. We hadden maar een klein tweepersoons tentje, dus zaten we op de grond ons broodje te smeren. Georges kwam naar ons toe en nodigde ons uit bij hem te komen zitten. Leuk joh!! We namen er meteen dan maar een grote bak koffie bij. De tweede kop koffie kregen we gratis, maar dan bietste Georges altijd een of twee sigaretjes bij ons. Dat ontbijtgebeuren groeide uit tot een terugkerend ritueel. We bleven steeds langer zitten kletsen. Hij vertelde over zijn leven, in de wintermaanden was hij journalist. Kranten kwamen tevoorschijn met artikelen van zijn hand, Wij vertelden onze verhalen.. We moesten daarna haasten om nog op tijd bij onze bestemming in Vias te komen. We kwamen een keer aan met donkere wolken boven Tournus. We mochten in een stacaravan gaan liggen met onze slaapzakken. Dan werden we niet nat. Georges vertelde dat hij al jaren zeurde over een nieuwe camping bij de gemeente. Op een goede dag vertelde hij ons enthousiast dat het gelukt was. Het volgende jaar konden we hem vinden op de nieuwe camping. We kregen ergens in januari of februari een brief met daarin het adres van de nieuwe camping. Routebeschrijving er bij en dus gingen we kijken. Het was nieuw, inderdaad. Een modern en strak kantoor. Een terrasje met plastic stoelen. We merkten dat Georges hier niet gelukkig was. Natuurlijk, het moest gebeuren, die oude camping, dat kon niet langer in die vorm. Maar, we mistten het en Georges vond het eigenlijk ook niets. Achter het nieuwe strakke receptiegebouw stond de oude bakfiets er triest bij. We zijn twee dagen bij hem gebleven. 's Avonds liep ik nog even naar hem toe met een sigaretje en we dronken samen een glaasje. Een jaar later zat er een andere beheerder, geen vriendelijk onthaal, gewoon zakelijk. We zijn niet meer terug geweest. Nu jaren later ben ik nog weer naar hem op zoek gegaan. We hebben twee maal schriftelijk contact gehad.
Jammer, maar Georges staat in ons geheugen gegrift.

De oude camping staat leeg. Het oude toiletgebouw staat er nog.
Foto geplukt van Google maps.

De kade van Tournus langs de rivier. Hierlangs liepen we dan weer naar de oude camping.





donderdag 30 maart 2017

België. Hautes Fagnes.

Op weg naar Luxemburg of Frankrijk kunnen we bij Luik kiezen uit een paar mogelijke routes.
We kunnen rechts aanhouden en via Luik naar Bastogne rijden. We kunnen links gaan en dan via de snelweg tot Sankt Vith rijden. Daar draaien we dan de tweebaansweg op in de richting Luxemburg.
Na Luik op die genoemde snelweg kunnen we ook afslaan en via een mooie route naar het zuiden rijden. Via het plaatsje Jalhay komen we dan in het woeste gebied van de Hautes Fagnes. Er staan langs de weg twee herbergen, verder helemaal niets eigenlijk. De herbergen bestaan van de reizigers die op doortocht zijn, of van de mensen die hier genieten van de prachtige wandelmogelijkheden. In de winter is dit een gebied waar veel sneeuw ligt en is het er ook erg druk met mensen die langlaufen.
Wij zijn nogal eens bezoeker van de herberg met de mooie naam, Mont Rigi.


De ligging van dit etablissement is ideaal. Vlak bij een kruising waar men naar de Botrange kan rijden en verder Robertville. Gaat men rechtdoor dan kies je voor Malmedy. Het is een onherbergzaam gebied, maar vol natuur en historie.
De geschiedenis: gedurende eeuwen was hier alleen wind en die wind waaide over het uitgestrekte veen. De natuur en de wind zorgde echter voor een zaadje van een beuk op deze plek. Toen de beuk groter en groter werd was het regelmatig een rustplaats voor militairen, die langs de grens België- Duitsland liepen. In het jaar 1856 legden de Pruisen een weg aan en dat was voor een caféhouder uit Membach de reden om hier een herberg te beginnen. Jaques Welther Hoen begon met de bouw, oorspronkelijk heete het hier dan ook MIEN HOEN. In 1883 brandt het gebouw helemaal af, het zou de vloek van Gilles van Mansfeld zijn. Over deze Gilles later meer. Het gebouw wordt herbouwd en deed o.a. dienst als aflospunt voor de postkoetsen langs deze route. In 1954 wordt de herberg in de huidige staat gebouwd. Het menu is uitgebreid. Er is een menukaart voor het echte restaurant, maar er is ook een menukaart voor de wandelaar en in de winter voor de langlaufer. Stevige kost, zoals gebonden groentesoep met vlees. Of een omelet met spek, champignons, ui en aardappelen. We hebben er al een paar maal gegeten, ook met Ton en Truus en ik een keer met Rolf Visscher.


Foto van het oude gebouw, begin vorige eeuw.

Het gebied achter en rondom Mont Rigi. De huidige naam is bedacht door een burgemeester uit de buurt, hij was bewonderaar van een berg in Zwitserland met de zelfde naam.


Boven de ingang van de herberg hangt dit beeld. het moet Gilles van Mansfeld voorstellen.
De legende van Gilles. Gilles was een kleine herder die over de heide zwierf met zijn kudde schapen en zijn trouwe hond. Gilles was niet moeders mooiste, hij was gebocheld en liep krom. Het weerhield hem er niet van om verliefd te worden op een schone jongedame uit de buurt. Nadat hij haar zijn liefde had verklaard, wees ze hem lachend af. Dat heeft Gilles dermate aangegrepen dat hij een einde aan zijn trieste leven maakte. Zijn hond heeft nog een tijd over de heide gezworven. De legende wil nu, dat Gilles zijn geest soms weer over de heide zwerft, op zoek naar zijn hond. Op stille avonden als er geen maan schijnt, kun je hem horen roepen. Zijn iele stem galmt dan over de heide. Het schijnt dat je hem soms kunt zien sluipen.
Als men bij Mont Rigi aan een tafel schuift krijgt men een placemat op de tafel gelegd, Daar op onder andere de geschiedenis van Gilles.




dinsdag 28 maart 2017

België. Namen.

In 2015 ging onze voorjaarstrip naar België. We hadden als eerste doel Namen of Namur. Ik zal het op Namur houden, want het is het Franstalige gebied van België. Namur is bij toeristen vooral bekend door de imposante citadelle. We hebben gespeurd naar een leuke camping en we vonden camping Les Trieux in Malonne. Malonne is een deelgemeente van Namur en van de camping naar het centrum is slechts zes of zeven kilometer.
De camping is een echte Belgische camping, voor een groot deel bezet door vaste gasten die allerlei bouwsels aan hun stacaravan hebben geplakt. Verder is het er prima, wij stonden aan de rand van de camping met een fraai uitzicht op het omringende landschap. De sanitaire voorzieningen waren ruim voldoende, dus het in orde. Uiteindelijk kwamen we hier om te slapen, overdag waren we toch op pad.
Op de foto ons uitzicht als we uit de caravan stapten. Mooi toch?
De volgende dag gingen we eerst maar eens de stad verkennen. We vonden het een heel mooie stad. Mooi centrum met veel oude gebouwen. Gezellige restaurants met terrassen en ook winkelend komt men aan zijn trekken. Namur is gebouwd rond de samenvloeiing van de Maas en de Samber. Langs de rivieren staat een bonte verzameling huizen in verschillende kleuren. In het centrum is er veel te zien. Voor het office de tourisme staan twee sculpturen. Het zijn Djozeph en Francwés, met hun slakken. Het zijn van oorsprong cartoonfiguren die een plek in de geschiedenis van Namur hebben.
Hoog boven de stad (100m) prijkt de prachtige citadelle. Het is een imposant bouwwerk uit de middeleeuwen en het is een hele klim om er boven te komen. Het eerste deel, het meest boeiend, hebben we te voet gedaan.
Later zijn we met de auto echt helemaal naar boven gegaan.
Dit zijn Djozeph et Francwés et les escargots. Ze staan in het centrum van Namur.

Mooie brug met op de achtergrond de Citadelle.

Boven op de citadelle hebben we een prachtig uitzicht over de stad.

Dit is de pont de Jambes. De brug voert ons naar het groet stadsdeel Jambes, ook een mooi stuk van Namur.
We hadden van een bevriende Belg de tip gekregen om zeker even bij het monumentale station te gaan kijken. Indrukwekkend dit gebouw.

In de avond zijn we op de camping en dan voel je de voeten en benen wel, na zo'n dag lopen in deze stad. Altijd prettig dat we dan onze eigen bedoening hebben in de caravan. We kunnen zitten en liggen zoals we willen.
We gaan de volgende dag naar een andere deelgemeente. Marche les Dames. Een vreemde naam voor een dorp. Ik kan de naam niet heel goed herleiden. In 1977 is Marche les Dames bij Namur gevoegd. Ligging aan de linkeroever van de Maas maakt de plek wonderschoon. Er zijn hoge rotsen waar veel klimtoeristen hun vakantie door brengen. Ook is er een trainingscentrum voor de Belgische paracommando's. Het Belgische koningshuis mocht er ook graag komen. Helaas is koning Albert de eerste er om het leven gekomen, na een valpartij. Ook wordt er nog aan kalksteenwinning gedaan.
Er staat ook nog een beroemd klooster, waar de echtgenote van de Belgische Marc Dutroux, berucht misdadiger na moord en verkrachting, werd opgesloten nadat haar schuld was bewezen.
Michelle Martin werd hier geplaatst wat op veel protesten stuitte van de lokale bevolking, maar ook in België algemeen was men het niet eens met dit besluit.

De route naar Marche les Dames is al heel mooi. Rotsen en aan de andere kant de Maas.
Een mooie blik op Marche les Dames toen we aan de andere kant van de Maas reden.

Natuurlijk, even stoppen voor een mooi station. Het station van Marche les Dames. Tussen de rotsen en de rivier.








zondag 26 maart 2017

Saint Etienne du Bois.

Tijdens onze heenreis en terugreis proberen we telkens een andere route te rijden. Ook zoeken we dan weer andere campings om te overnachten. We zoeken ze uit, noteren de campings en passen ze in onze route in.
Zo kwamen we een paar jaar geleden terecht in het leuke dorp met de mooie naam, Saint Etienne du Bois. Er was een municipal camping en die zijn meestal goed. Simpel en vaak mooi gelegen en goed onderhouden. De route naar het dorp verliep goed, alleen in de grote stad Bourg en Bresse ging het wat moeizaam. Druk verkeer, veel rotondes en verkeerslichten. We rijden het dorp in en zien meteen het bordje dat naar de camping wijst. Dat gaat lekker. We schrijven ons in bij de aardige beheerder. We zijn laat in het seizoen, dus geen brood meer op de camping. Op een paar honderd meter vinden we een bakker. Klaar. Goh wat een mooi aangelegde camping. Langs het terrein loopt het riviertje Le Sevron. Ook de naam van de camping trouwens. Grasveldjes, struiken, bomen en bruggetjes over het riviertje. We gaan op een rustig plekje staan aan het riviertje. Er zijn niet veel gasten, vinden we niet erg. Er staat een mooie en apart sanitair gebouw midden op de camping. Ik vind het erg mooi, nadat Hanni me er op wijst dat het op een oud station lijkt. Ze raakt me daar mee. Ik ben gek op oude Franse stations. We bezoeken het toilet even en ach, het kon iets frisser (lees: schoner), maar dat doet er niet toe. Na het koken en eten doen we de afwas. Dat doen we buiten het gebouw. 's Avonds nog even een wandeling over en rond de camping. Leuk plekje hier. Aparte gebouwen. Het is de unieke bouwstijl van de streek La Bresse. De boerderijen hadden die opvallende bouwstijl. In een van die oude boerderijen is nu ook het Office de Tourisme gevestigd. Slapen doen we prima bij het kabbelende riviertje en we worden wakker van tjilpende vogels. Okee, we gaan even onder de douche, ontbijten en dan weer op pad. Dat douchen blijkt een onverwacht avontuur. De verlichting doet het niet. De douches zijn niet fris en het water is absoluut koud. Er is eigenlijk geen ruimte om kleding op te hangen. De planchettes hebben geen planchettes. Kortom een enorme teleurstelling. Dit hebben we nog nooit eerder mee gemaakt. We hebben al bijna honderd verschillende campings bezocht, maar zoals dit sanitair hebben we ze nog nooit gezien. We gaan uitgebreid ontbijten, zoals altijd. Eitje, broodjes en thee. Dan nog een kop verse koffie en we starten weer. Deze camping was erg leuk, het sanitair onvergetelijk.
Op de foto het fraaie sanitair gebouw van de leuke camping Le Sevron in Saint Etienne du Bois.

Camping Le Sevron is mooi aangelegd. Beetje parkachtig langs het gelijknamige riviertje.

Opvallend de aparte bouwstijl van de boerderijen in deze streek, La Bresse.

Het Office de Tourisme in Saint Etienne du Bois is in zo'n oude boerderij gevestigd.




vrijdag 24 maart 2017

Valkenburg 2016.

Het is april 2016. We hebben weer het een en ander aan de camper verspijkerd. We gaan weer een paar dagen naar Luxemburg, camping Woltzdal, om het uit te proberen. We krijgen een mooie plek, eigenlijk speciaal voor campers, dus met betonnen ondergrond. Na een drankje en hernieuwde kennismaking met de familie, installeren we ons. We zijn benieuwd of alles werkt. We gingen in september 2015 terug naar huis met een kraan die niet werkte. Volgens Norbert was het allemaal dik in orde toen hij het testte. Ik haal een litertje of tien water en vul de tank. Hanni is binnen even bezig en ik vertel haar dat het water op peil is. Na een paar tellen hoor ik een kreet: nog geen water hoor. Enkel krachttermen klinken over de camping. Wat nu? Ik bel Norbert en enigszins geïrriteerd vertel ik dat het nu weer niet werkt. Hij staat met de mond vol tanden en stotterend geeft hij aan op onderzoek uit te gaan. We klungelen nog wat en na een klein half uurtje belt Norbert. Hij kondigt een telefonisch consult aan. Ik krijg de volgende instructies;  Pak een schroevendraaier en een hamer(tje). Draai de vier schroeven los van de plaat boven de pomp. Klaar Norbert. Nu zie je een pomp zitten links voor, vervolgt Norbert zijn instructies. Pak nu de hamer en geef een klap op de pomp. Zonder te aarzelen geef ik een mep op het apparaat. Norbert zegt;' laat Hanni het nu nog eens proberen'. Eureka, de kraan doet het, geweldig en dank je. Het is een oude pomp, 25 jaar, en die willen door kalkvorming wel eens vast zitten na de winterstop. Het worden een paar leuke dagen daar in Luxemburg.
We hebben ook nieuwe gordijnen opgehangen.
Ons plekje op het rustige Woltzdal. Mooi centraal op de camping. De kraan doet het weer, we besluiten later dat we de oude kraan vervangen.

De weg terug naar Zwolle gaat via Valkenburg. Daar hebben we camping Den Driesch uitgezocht. We waren jaren geleden al eens in Valkenburg en we vinden het een leuk stadje. Dus we gaan weer eens kijken. Camping Den Driesch bevindt zich op een heuvel boven Valkenburg. Prima camping en we willen graag twee dagen blijven. De vriendelijke dame aan de receptie verteld ons dat het niet mogelijk zal zijn deze keer. Overmorgen, die zaterdag, is de wereldtour wielerwedstrijd Amstel Gold Race. Vanaf vrijdag is de hele camping volgeboekt met liefhebbers. Nou, het is niet anders. We gaan Valkenburg in en genieten weer van de Limburgse sfeer en gemoedelijkheid. We komen langs de bekende grotten en we besluiten dat we die willen bezoeken in de kersttijd. Terug op de camping bestellen we brood voor de volgende morgen en terloops vertellen we dat we in december terug komen voor de kerstmarkten. De eigenaar vertelt dat we op tijd moeten reserveren, want het staat altijd helemaal vol. We beloven ons zelf dat we het regelen. 's Avonds nog weer Valkenburg in en lekker gegeten en geborreld bij restaurant de Munt.
Ons plekje op camping Den Driesch. Op de foto is ons uitzicht niet goed te zien, maar het was mooi.
's Avonds is het op de camping ook gezellig.

Twee december zijn we weer terug op de camping. We hebben dus gereserveerd en we hebben een mooie plek, nu aan de andere kant van de camping. Na het installeren gaan we de stad even in en bekijken de sfeervolle verlichting vast even. We hebben voor de avond afgesproken met onze buren die ook een paar dagen in Valkenburg zijn. Gezellig getafeld met ons vieren. Bij de reservering voor de camperplek zaten een paar arrangementen voor Valkenburg Kerststad. We konden zo doorlopen in de Fluweelengrot. Was leuk. De Gemeentegrot was mooier en daar moesten we wel wat betalen. Weer vouchers voor de kerststad attractie met een expo van zandsculpturen. Ook een tocht met de kabelbaan zat bij de campingprijs in. Het was allemaal prima en we vinden het leuk dat we zijn geweest. Naar onze smaak hebben we voorlopig genoeg kerstmarkten gezien. Valkenburg verveelt ons niet en we komen terug.
De camping/camperplaats van Valkenburg. Gezien vanaf de Wilhelminatoren.
Kerstmarkt in de grotten van Valkenburg. Best de moeite waard voor een keer.