dinsdag 14 maart 2017

Koffie op 2058 meter hoogte. Col du Lautaret.

Vakantie 2012.

Het jaar 2012 zal voor ons een memorabel jaar worden. Natuurlijk blijkt dat achteraf. De reis van dat jaar is in ieder geval ook memorabel te noemen. Het was altijd een wens om eens echt door de Hoge Alpen te trekken. Dat wordt klimmen met de caravan. Trekauto was toen een prachtige en sterke Mitsubishi Spacerunner. Delta Euroliner 410 was de caravan. Een mooie en goede combinatie. In 2011 zag ik de renners van de Tour de France over de Col du Lautaret klimmen. Daar wilde ik heen en het leek Hanni ook wel mooi. Er volgt een nauwkeurig onderzoek. Kaarten raadplegen met stijgingspercentages. We moeten uiteindelijk naar 2058 meter hoogte. Filmpjes op YouTube geven ook een beeld van de dingen die ons te wachten staan. We gaan. Het eerste deel van de reis is mooi, maar bekend. Bij Grenoble veranderd het beeld. we gaan linksaf in de richting van Bourg d'Oisans. Grenoble wordt de hoofdstad van de Alpen genoemd en ligt op ongeveer 400 meter hoogte. Vanaf Grenoble naar Burg d'Oisans klimmen we meteen.  De overnachting is gepland in Allemond. Een leuk dorp aan de voet van de hoge Alpen en met name Bellerousse. Daar zijn we dan al op een kleine 800 meter. We kiezen voor camping Le Grand Calme. De ontvangst is hartelijk, het is niet druk en we zoeken een mooi plekje uit. Na installatie even rusten en daarna een lekkere wandeling rond de camping, naar het Lac de Verney en een wandeling door het dorp, dat is het "nieuwere" deel van Allemond. Vanaf de camping hebben we uitzicht op de bergen en het oude dorp.
Blik op het oude dorp vanaf de camping.




Receptie van camping Grand Calme.












We gaan de volgende dag verder. We gaan eerst door Bourg d'Oisans en klimmen daarna langzaam verder. We passeren het Lac de Chambon. Daar stoppen we dan toch even. Fotomomentje! We rijden door en komen door enkele tunnels zoals de tunnel de Chambon. Door de stijging is onze snelheid relatief laag, gemiddeld 40-50 km per uur. Mooi om van de vergezichten te genieten. We passeren het prachtig gelegen dorp La Grave. We klimmen verder en de weg slingert als een serpentine naar de top van de Lautaret. Daar gekomen stoppen we voor een uitgebreide pauze. We drinken koffie bij het restaurant op het terras. De hoogste kop koffie vande reis. 2058 meter hoog. We lopen rond en kijken uit naar alle richtingen.
Daarna de afdaling naar Embrun is ook spectaculair en we stoppen nog enkele keren voor een foto.
Wat volgt is zeker even prachtig en we herinneren ons deze reis als een van de mooiste die we maakten.






 La Grave en Le Chazelet. Rechtsboven naderen we Allemond. Midden onder, pauze iets voorbij La Grave.


We zijn boven. Uitzicht vanaf parking.




donderdag 9 maart 2017

Bastogne.

1982. Door omstandigheden die we ons niet meer kunnen herinneren gaan we laat op pad. Is niet erg, we overnachten gewoon een keertje extra. We kiezen Bastogne in de Belgische Ardennen als eerste stop- en overnachtingsplaats. Iemand had ons getipt, ga op camping Kennedy staan in Bastogne. Leuk en bedankt voor de tip. We stappen in en gaan rijden, het moet een makkie worden. Ik ken de weg daar. Kan het wel dromen daar. Tegen het einde van de middag zijn we in Bastogne. Deze bekende plaats is niet groot, dus die camping moeten we snel vinden. We staan op het bekende kruispunt met de tank. Alles ademt hier de historie van de 2e wereldoorlog en dan vooral de slag om de Ardennen. Gaan we rechtdoor, linksaf of rechtsaf. Mijn gevoel zegt links en zodra het verkeerslicht groen is draaien we daar de weg in. Na een kilometer verlaten we de stad, geen goed idee. Keren en weer terug naar het kruispunt. Dan nu weer links, wat eerst rechtdoor was. Hier zijn we na twee kilometer de stad uit. Keren en we kiezen, op het kruispunt nu de derde optie. Weer geen camping te zien. Het wordt misschien eentonig, maar we gaan weer terug. Op het kruispunt staan we elkaar aan te kijken. Wat nu?? Hanni adviseert terug te gaan, maar ik stribbel tegen. Daar komen we vandaan, die weg hebben we gereden toen we Bastogne binnen kwamen. Een alternatief heb ik ook niet dus we gaan de Rue de Sablon in. Terug dus. Na een paar honderd meter staan we stil. We weten het niet en om geen heftig meningsverschil te krijgen, besluit ik de weg dan maar te vragen. Er komt een lesauto aan die het straatje in gaat draaien waar wij staan. Ik steek mijn hand op en hij stopt. De leerling kijkt me met grote ogen aan, dus ik loop naar de instructeur. Ik vraag naar een camping. Volg ons maar zegt de man en zo gaan we het doen. We slingeren wat door smalle straatjes
en als hij stopt wijst hij ons op de "camping". We danken de man uitbundig en kijken elkaar aan. Camping?? Nou ja, we weten het niet. Het lijkt een terrein van de plaatselijke tennisvereniging. We lopen naar binnen en de jongedame verwelkomt ons heel vriendelijk. We mogen zeker kamperen hier. Ze wijst een veld aan waar inderdaad een andere tent staat. Daar kunnen wij ons ook installeren. Comme vous voulez. Waar u maar wilt. Douchen en kunnen we in de douches van de tennisclub. Is er ook iets te eten dan? Ja hoor, we serveren pommes frites. Nou oké dan. Om de prijs hoeven we het niet te laten. Tentje opzetten en dan maar een frietje halen met een biertje er bij. De volgende morgen douchen we ons bij de tennisclub. Er zijn ook nog stokbroodjes te koop. Toen we wakker werden hing er een mooi mistig sfeertje. Ik heb een foto gemaakt van ons tentje en een leuke buurman, het paard. We zijn weggereden en zagen na ongeveer een kwartier camping Kennedy. Vlak daarbij stopten we even om ons broodje te eten. De camping bij de tennisclub bestaat nog steeds, het is een grote camping en heet camping Renval.


Arras.

Lang geleden waren we op de terugweg vanuit Vias. We rijden door het westen van Frankrijk naar Nederland. Waarom we speciaal in de stad Arras willen overnachten is ons nu ontschoten. We kunnen zelfs geen enkel argument meer bedenken. We gingen toen echter voortvarend op weg naar Arras. In die tijd stond internet nog in de kinderschoenen. Het was voor ons nog niet toegankelijk. In 1989 werd het pas toegankelijk voor academici, laat staan dat wij in 1981 erover konden beschikken. We waren voorzien van simpele ANWB informatie met betrekking tot campings.
In Arras was een gemeentecamping (municipal) zo schreef de kleine gids. Campings waren toen ook nog niet goed aangegeven met richtingborden. Dus storten we ons de straten van de stad, op zoek naar een camping, dé camping. Geen bordjes te zien. Na drie keer rond te zijn gereden via verschillende straten door het centrum en buitenwijken zijn we het wel zat. We komen weer een keer in het centrum en ik zie aan de rechterkant het politiebureau. STOP!! De Peugeot wordt nonchalant op de stoep geparkeerd, we zijn in Frankrijk, dus daar wordt niet zo erg op gelet.
Ik wandel naar binnen en begroet een aardige agent achter een balie. Hij begroet mij ook vriendelijk en ik vertel hem van onze zoektocht. Ik vraag of hij misschien kan uitleggen hoe we bij die camping komen. Hij komt met een soort stadsplattegrond aan en begint te tekenen. In veel te rap Frans vertelt  hij waar we moeten zijn. Mijn blik naar hem moet boekdelen hebben gesproken. Misschien is hopeloos de juiste beschrijving. Hij valt stil en denkt na. Dan roept hij een collega en er wordt weer in rap Frans overlegd. De collega neemt me mee en vraagt waar onze voiture is. Haha, pal voor zijn neus op het trottoir. Nou, volg me maar zegt de man. Verbaasd stap ik in en Hanni vraagt, wat nu? Ik zeg dat ze even moet wachten of ik het goed begrepen heb. Jawel, ik had het goed, een politieauto rijdt heel rustig voor ons uit. Na een paar straten stopt de agent en wijst een andere straat in, daar is de camping. Nou zeg, merci beuacoup enzo. We zijn bij de camping. Het blijkt een waardeloze camping. Klein terrein, geheel ommuurd en dus geen enkel vrij uitzicht. Een heftig opgedirkte dame op leeftijd wijst ons heel vriendelijk een plaats. Een uur later ruiken we nog haar sterke parfum. Slapen gaat lastig, de camping ligt in de stad en aan de route naar het plaatselijke ziekenhuis. Om het kwartier raast er wel een ambulance langs met veel sirenes ingeschakeld. Nee, hier komen we niet weer terug. Foto's hebben we niet meer, maar op internet stond deze foto van het politiebureau. Dat is in de loop der jaren vrijwel niet verandert. We herkennen het weer.



zondag 5 maart 2017

Langs de rivier de Loue.


We maken een tussenstop in het Franse stadje Quingey, departement Doubs. We zitten dertig kilometer ten zuiden van Besançon aan de rivier de Loue. Camping Les Promenades is een Municipal camping en ligt pal aan de rivier. Leuke camping in een leuk stadje. Ik wil dan altijd wat van de geschiedenis weten, zowel de stad als de rivier. Ik kwam een leuk verhaal tegen over de rivier de Loue.
Deze rivier ontspringt bij een grote rotspartij in de buurt van de stad Pontarlier. De omgeving nodigt uit tot wandelen. Zo liep er in het jaar 1901 een wandelaar langs de Loue in de richting van de bron. Het begon hem op te vallen, dat de rivier een vreemde lucht had en ook de kleur was niet origineel meer. Hij moest denken aan de drank ABSINT. Hij ging op zijn knieën en schepte met zijn hand wat van het water op. Hij proefde duidelijk ABSINT. Hoe kan dit gebeuren.
De oplossing werd even later gevonden. Bij de stad Pontarlier staat de beroemde PERNOD fabriek, waar ook de groene drank gebrouwen wordt. De oorsprong van Absint ligt trouwens in Zwitserland. Henri-Louis Pernod ging het in Frankrijk produceren. Het recept kwam van een Franse arts, die het in Zwitserland had opgepikt. Terug naar 1901 bij Pontarlier. Door een blikseminslag was er brand uitgebroken in de Franse fabriek. Er dreigde een ramp en om die ramp niet al te groot te laten worden, lieten werknemers grote hoeveelheden absint in de rivier de Doubs stromen.
Door de ontdekking van het groene drankje in de Loue, werd een eeuwenoud vraagstuk opgelost. De rivier de Doubs komt dus onder de rotsen door en stroomt rechtstreeks in de Loue.
Toen wij er waren, was er niets te zien van de groene drank. Het is een hele tijd verboden geweest, men zou er hallucinaties van kunnen krijgen. Tegenwoordig is het wel weer verkrijgbaar.
Quingey. Brug over de Loue.

Lekker???

Quingey en de Loue, gezien vanaf de camping.

donderdag 2 maart 2017

Nog wat herinneringen. Ongeveer 30 jaar geleden.

Ons dappere Peugeotje in Vias.         De bar van de camping in Vias. 's Avonds gezellig.

Overnachten in Tournus. Frisjes.            In Vias is lekker weer. Let op scheerlijnen.





Zuid-Frankrijk.

We zijn weer in Zuid-Frankrijk. Camping Mediterrannée Plage. Ella is de Nederlandse dame die er al vele jaren werkt en ze is dus een vaste en zeer kostbare waarde. Ze kent iedere gast en staat dag en nacht voor je klaar. We staan een aantal keren op verschillende plekken. Eerst  met een goedkope 2-persoons tentje. Goedkoop, dat bleek als we hem strak wilden zetten. Ik denk dat er wel twintig scheerlijnen aan zitten. Toch, met een beetje wind zit de buitentent tegen de binnentent aan en dat is heel vervelend als het regent. Jazeker, in het zuiden van Frankrijk regent het ook wel eens. We komen weer terug op de camping bij het dorp Vias met een nieuwe grotere tent. Ook de kwaliteit is beter. Onze hechte relatie wordt wel even op de proef gesteld bij de eerste poging de tent goed op te zetten. We krijgen wel internationale hulp bij het geklungel en uiteindelijk staat er een tent om trots op te zijn. Konden we de tent maar laten staan tot volgend jaar, scheelt wel wat stress.
Ingang camping Mediterrannée Plage.
Ella heeft een mooie plek voor ons gereserveerd. We komen naast een Nederlands echtpaar te staan. Het zijn Limburgers, Ger en José. Ze zijn al wat ouder en zoals echte Limburgers betaamt, zeer gezellig. Het is elke dag lekker warm strandweer, maar we krijgen van Ger (spreek uit: Sjer) instant boerenkool en andere typisch Hollandse gerechten. Samen een glaasje en de mensen genieten. Wij ook in eerste instantie. Het blijkt dat Sjer en José de kern vormen van een Nederlands clubje, ze kennen elkaar al jaren en klitten eigenlijk de hele dag en vooral avond bij elkaar. Dat vinden wij een enkele keer leuk, maar het wordt voor ons al snel te veel en te vaak. Elke avond bij een ander aan de borrel. We vinden contacten leuk, maar ongedwongen nog leuker. Neemt niet weg dat we leuke herinneringen hebben aan die tijd. Het was vaak feest 's avonds na de nodige drankjes en we liepen soms polonaise rond de caravan van de Limburgers. Het lied ging als volgt: Kaas, kaas, kaas van een ouwe sinterklaas enz. Sjer was die oude sinterklaas, hij kwam altijd met blokjes kaas aan. Door omstandigheden waren we twee jaar niet geweest. De tent was vervangen door een kleine caravan en we hadden gezinsuitbreiding in de vorm van een mooie Golden Retriever. Naam Jody. We waren toch wel nieuwsgierig naar Vias en de camping, dus gaan we nog een keertje kijken. Het was nu september en dus zou de Nederlandse club allang weer naar huis zijn. We komen aan en Ella, het boegbeeld, roept enthousiast dat ze het super vindt dat we weer terug zijn. De camping is niet zo vol als we gewend waren, dus we zoeken zelf een mooi rustig plekje uit. Rustig zetten we de caravan op de plek, voortentje er aan, vakantie. Opeens horen we achter ons een bekend geluid. KAAS, KAAS, KAAS VAN EEN OUWE SINTERKLAAS.

Ja inderdaad, Sjer en José stonden er ook weer. Het werd, met mate, toch nog wel weer gezellig want de anderen waren er niet.               
Met onze eerste Eriba caravan.
Met de grote tent in Vias.

woensdag 1 maart 2017

Frankrijk.

In onze eerste gezamenlijke jaren gingen we ook altijd al naar Frankrijk. We hadden toen meestal strandvakanties op camping Mediterrannée Plage in Vias. Lekker luieren, maar we maakten ook regelmatig tochten door het achterland. De route naar Vias was meestal de zelfde. We deden er dan drie dagen over. De route varieerde soms, zo reden we al eens door het centraal massief en andere streken. De terugweg was wel telkens anders. Zo zijn we zeker drie of vier keer via de westelijke kant van Frankrijk terug gereden. We hebben twee maal de Mont Saint Michel bezocht. De eerste keer blijft ons altijd wel bij. We stonden op de piepkleine camping Municipal van het dorp Pontorson. Het was nog in de oertijd, maar voor ons erg sympathiek. We waren toen nog in de opbouw van onze vakantie spullen, dus met een klein tentje. Na een nachtje en een wat gebrekkige douche gingen we naar Le Mont Saint Michel. Er is daar veel te zien, het is een prachtig bouwwerk daar in de zee. Op weg naar de ruime parkeerplaats werden we van de weg afgeleid. We moesten op een andere plek parkeren. Het was dan een aardig eindje lopen naar Le Mont. Verbaasd waren we, want de grote parkeerplaats was enkel gevuld met een paar toeristenbussen. Nou ja......onduidelijke reden. Er hingen grote borden bij de ingang. maar dat interesseerde ons niet. Daarbij stond onze kennis van de Franse taal nog in de kinderschoenen, dus lezen had geen zin. We zwerven over het rotseiland en zijn echt onder de indruk. We eten een uitgebreid broodje en drinken wat. Verder met de verkenning van de rots. We zien een groep mensen staan, ze wijzen en kijken naar de zee. We staan er ook even en vragen ons af wat ze zien. Wij zien water en dat stroomt, maar het is de zee dus dat is toch logisch en niets vreemds
De leuke kleine straatjes met winkeltjes.


. We nemen ruim de tijd om verder te scharrelen langs winkeltjes, de kathedraal en genieten van het weidse uitzicht. Steeds meer mensen staan naar de zee te kijken en er is een groot aantal mensen die naar de uitgang lopen. Ach, laten wij ook maar gaan, we hebben het wel gezien. Rustig via allerlei kronkelweggetjes zakken we af naar de uitgang. Daar is het druk, erg druk. Wat blijkt (achteraf), er is een springtij op komst. Vandaar de lege parkeerplaats en de grote borden. Dat bleken waarschuwingsborden te zijn. Vertrek voor 17.00 uur, anders bent u genoodzaakt op Le Momt Saint Michel te overnachten. We konden nog net op tijd weg komen. Schoenen uit en broekspijpen opstropen. We hebben er later hartelijk om gelachen. Paar jaar later nog eens kijken, wel eerst de borden goed gelezen.
Toegangsweg naar Le Mont voor en na het springtij.